Zondag 3 juni, laatste dag van de vakantie. Alles wat we wilden zien, hebben we ook gezien. Mooie gelegenheid om wat rond te toeren. Dat heeft natuurlijk het risico dat het een doelloze onderneming wordt en dat blijkt het ook te gaan worden. Het begin is echter goed. Over het Bummkopf-plateau gaan we binnendoor van Bullay via Zell naar Enkirch. Dat plateau geeft compleet andere landschappen. Je waant je haast in Limburg. Daarna naar Mont Royal om een wandeling te maken om de voormalige Franse vesting. Van die vesting is echter niets meer te vinden, ook het wandelpad is onvindbaar. Op de vestingplaats heeft nu een zweefvliegtuigclub haar domicilie en is Feriendorf Montroyal gebouwd. Dat geeft jeugdherinneringen, want in de zeventiger jaren hier vakantie gevierd en bij die zweefvliegers mijn luchtdoop gehad. In een Chesna, niet in zo'n zweefgeval. Vond het prachtig, mijn zusje aanzienlijk minder. Die heeft pas een paar jaar gelden die toen opgedane vliegangst overwonnen. Maar goed, geen wandeling dus. Verder naar het kurort Bad Bertrich, maar dat is echt alleen nog voor 70-plussers een bron van vermaak. Niks bijzonders gezien, uitgezonderd de watervaltrap. Wat eigenlijk treffend weergeeft hoe gekunsteld het hier is. Snel weg, naar Zell waar een Pfinsterfest aan de gang moet zijn. Het bier was heerlijk, alle drie de hausgemachte Torte smaakten even heerlijk, maar we zaten er toch maar wat verloren bij. Terug naar ons balkon dus. Boek uitlezen en alvast gaan inpakken.